Brooklyn Heights

We're going on an adventure...
Feb 07
Permalink

Opdracht: Is Guerilla een serieus marketinginstrument?


 

Wanneer was de laatste keer dat je iemand vriendelijk en uitgebreid te woord stond toen deze persoon je aansprak op straat? Grote kans dat je snel een excuus paraat had. ‘Ik ben al lid,’ of ‘Ik heb geen tijd!. We hebben het allemaal volledig ‘down’ in onze routine: in de stad moet je vooral blijven lopen. Iemand met een klembord vooral negeren. Geen oogcontact maken! Voordat je straks ineens weer met een ECI abonnement loopt.

Gewenning is één van de marketeer’s grootste vijanden. Zodra mensen ‘wennen’ aan je marketinguiting, vinden ze er dus een weg omheen. Men zapt handig om commercials heen, ziet de advertenties in de Google resultatenpagina niet eens staan en horen het soms nieteens meer zodra de muziek op de radio wordt afgewisseld door reclame. Hierom worden marketeers steeds gretiger om nieuwe dingen uit te proberen. De exploitatie van social networks, de buzz van een viral video en guerilla marketing zijn hier enkele voorbeelden van. Maar raken mensen daar ook niet langzaam gewend aan? En hoeveel effect heeft het dan nog?

Guerrilla is een Spaans woord, en is het verkleinwoordje van ‘oorlog’ (guerra). Het wordt gebruikt als aanduiding voor een type oorlogvoering die te maken heeft met snel handelen, intelligentie en verrassing. In essentie betekent ‘guerilla marketing’ dus ‘kleine oorlog-marketing’. Het werd voor het eerst gebruikt door Jay Conrad Levinston in zijn boek Guerrilla Marketing. Al wordt het vaak omschreven als een ‘nieuwe’ trend, is het helemaal niet zo jong. Het boek van Levinston werd al gepubliceerd in 1984, en al in 2004 schreef CNN1 een stukje over de extreme variant van advertising.

Het unieke aan guerilla marketing, zeker in 2008, is dat het eigenlijk niet zo veel te maken heeft met internet. De definitie van guerilla laat ook wat ruimte open voor giswerk. Zodra een guerilla campagne zich te veel op het internet begeeft wordt het al snel aangeduid als een ‘viral campagne’. De meest voorkomende guerilla-vorm heeft dan ook dus te maken met het straatbeeld, en hoe dat verstoord wordt. Verrassing en creativiteit zijn beide erg belangrijke factoren binnen guerilla marketing, geld en macht zijn minder belangrijk. Hierdoor vormt het een uitstekend middel voor kleinere bedrijven (het MKB) om toch een grote doelgroep te bereiken.

En hier ligt meteen het eerste gevaar voor de toekomst van guerilla marketing. De grotere bedrijven (Heineken, Tele2, Suit Supply) gaan het nu ook gebruiken - en hebben niet langer Kessels Kramer nodig om het tot een goed einde te brengen. Het gevaar hier is dat er straks een overvloed is aan guerilla marketing. Mensen raken er aan gewend. Man langs de snelweg? Gele kabouters in Abcoude? “Oh, het zal wel zo’n guerilla marketing actie zijn!”. Bovendien zal de participatie van grote bedrijven zorgen dat guerilla acties veiliger worden. En dat haalt het hele begrip onderuit.

Die ‘veiligheid’ is een ander probleem voor guerilla marketing. Hoe vaker het gebruikt wordt, hoe harder de Nederlandse (en buitenlandse) politie er tegen zal optreden. Een hoop van de ludieke acties zijn namelijk in overtreding van één of meerdere wetten. Grote bedrijven zoals Heineken kunnen de boetes incalculeren in hun budget, maar bij een toenname van guerrilla marketing campagnes zullen politici gaan vergaderen. Wetten veranderd worden. Bestrijdingen opgevoerd worden.

Het grootste probleem met guerilla marketing zit hem eigenlijk al in de naam. ‘Kleine oorlog’. Guerilla marketing heeft een beetje een negatief imago. Het blijft altijd ‘oorlog’, ‘rebels’ en ‘tegendraads’ - en veel CEO’s van bedrijven zullen zich niet zo snel willen identificeren met dat soort termen. Maar het ‘operative word’ is “klein”. Een guerilla campagne zou, per definitie, niet het leidende moeten zijn in een marketingstrategie. De impact van een guerilla campagne neemt af (aangezien het steeds vaker gedaan wordt), en de waarde ervan vermindert. Hierdoor zal het altijd een bij-product blijven binnen een communicatieplan.

Gelukkig zijn er ook een hoop voordelen aan een guerilla campagne. De kosten zijn laag, waardoor jonge professionals ermee kunnen stoeien. Goede ideeën kunnen sneller gerealiseerd worden. Bovendien worden bedrijven geïnspireerd creatief om te gaan met advertising. Op de lange termijn zou dit kunnen betekenen dat advertising in het algemeen creatiever wordt. In mijn optiek vinden mensen reclame niet vervelend, maar vinden ze allen de reclames vervelend. Je hoeft niet een alumni te zijn van Neyenrode om een goed uitgewerkte guerilla campagne te waarderen.

Maar het belangrijkste voordeel van guerilla marketing is de kracht van word-of-mouth, misschien wel het machtigste instrument van de marketing. Lees er elk boek op na, maar van de Purple Cow tot The Tippin Point zul je merken dat word of mouth behandeld wordt als een bijna-heilige vorm van marketing. En dat is niet geheel ten onrechte. Guerilla marketing roept discussie op en laat mensen praten over je product. En dit is misschien wel waardevoller dan de grootste print-ad campagne.

Is guerilla een serieus marketing instrument? Jazeker! We moeten er alleen voor uitkijken dat het geen buzzword wordt.

Bronnen:

http://en.wikipedia.org/wiki/Guerilla_marketing
http://money.cnn.com/2004/08/13/news/economy/weirdads/index.htm?cnn=yes
http://www.communicatie-centrum.nl/guerilla-marketing-communicatie.html
http://www.zibb.nl/web/Bedrijfsvoering/Marketing-Sales/Marketing-sales-artikel/Guerillamarketing-cursus.htm
http://blog.adformatie.nl/index.php/entries/guerrilla-marketing-hoe-het-echt-werkt/
http://www.salesquest.nl/guerrilla_marketing_en_verkoop.htm

Permalink

Opdracht: Vandaag is rood (Blue Ocean)

“Military action is important to the nation - it is the ground of death and life.”

Dat zijn de eerste woorden van The Art of War, een controversieel en bijna prehistorisch militair boek uit de zesde eeuw voor Christus, geschreven door Sun Tzu. Het is een kleine drieduizend jaar na dato, maar deze woorden zijn nu van meer relevante dan ooit. Al wordt het boek vaak beschouwd als een soort Anarchist Cookbook om zijn gewelddadigheid, gaat het boek eigenlijk helemaal niet over bloedvergieten en moord. The Art of War is een marketing- en strategieboek, en gaat over winnen zonder écht te vechten. Over zorgen dat je zo sterk wordt dat je tegenstander geen schijn van kans heeft. Klinkt bekend?

Ik ben vast niet de eerste die de theorieën uit Blue Ocean Strategy in relatie legt tot The Art of War. De overeenkomsten zijn namelijk glashelder. In The Art of War vertelt Sun Tzu ook over hoe het nutteloos is om met groot geschut je in de strijd te mengen. “If you lay siege to a town, you will exhaust your strength.”. Ook vertelt Sun Tzu over de kracht van defensie, het opzoeken van een gebied waar jij je veilig voelt en waar je je zo sterk kunt opstellen dat de vijand al verloren heeft. Anderen noemen dit een ‘blauwe oceaan’.

Blue Ocean Strategy gaat namelijk ook, in essentie, over de verwerpelijkheid van een bloederige strijd met je tegenstander. Het heeft geen zin. In een drukke, rode oceaan is er nooit een winnaar. De beste strijders vermengen zich dus niet in de strijd, maar gaan op zoek naar nieuwe oceanen. Nieuwe markten. Blue oceans. De wereld bestaat voor ongeveer 71% uit water, dus genoeg vaarwater om je in te begeven.

Maar er zijn maar vijf oceanen op de wereld, wat aangeeft dat er op een gegeven moment een einde aan komt. Wat nu als alle oceanen rood kleuren? Hoe vind je dan nog een Blue Ocean?

Dat is namelijk het grote verschil tussen Blue Ocean Strategy en The Art of War. Volgens Blue Ocean is het de bedoeling om nieuwe markten te openen - compleet onderscheidend zijn en vervolgens daar de beste in te worden. Zo ben je niet even sterk als je concurrent, maar sta je er boven - heb je eigenlijk niets meer met je concurrent maken. Maar als we één ding geleerd hebben in het vorige jaar, is dat een nieuwe business steeds minder moeite kost. Als ik vanmiddag met een idee kom voor een Twitter-achtige site, kan ik met nachtje flink Photoshoppen en Dreamweaver’en morgen een nieuwe site hebben. Als ik me, als bedrijf, morgen richting blauwer water begeef, komen er ongetwijfeld tientallen concurrenten ook mijn kant op.

Het probleem met Blue Ocean is namelijk dat je zo druk bent met het zoeken naar blauwe oceanen, dat wanneer je er éénmaal één gevonden hebt - je totaal niet voorbereid bent om je concurrentie er buiten te houden. Als Apple met een MacBook Air komt, kun je er zeker van zijn dat er binnenkort een HP-Air en een Packard Bell-Air op de markt komt. In de hoge competitieve sfeer anno nu worden alle blauwe oceanen toch weer rood, en het water houdt op een gegeven moment op.

Daarom heet The Art of War ook The Art of War, en niet The Art of Escape. Jezelf positioneren in een nieuw gebied waar de tegenstander geen verstand van heeft is een wijze, tactische stap - maar dat betekent niet dat je dan veilig bent. Oorlog zal er sowieso komen, en daar bereid Blue Ocean Strategy je niet op voor.

Ik ben niet heel enthousiast over Blue Ocean Strategy. Naast het feit dat er in het boek geen echte succes-stories staan, heb ik het gevoel dat een halve strategie is. Vluchten naar blauwer water, natuurlijk, maar wat dan? Wachten tot de concurrent komt en vervolgens weer vluchten? Ben je dan bezig met constant innoveren? Of ben je eigenlijk constant aan het vluchten voor de concurrent? En als je echt het idee hebt dat je het toch niet kunt winnen van je vijand… misschien moet je dan een ander product proberen…

Permalink

Opdracht: Dag dag, DAG

Dit is een vrij essay.

Wanneer je Yves Gijrath moet geloven, is 2008 het jaar waarin DAG dan eindelijk het veld moet ruimen voor zijn concurrenten. Hij voorspelde dit tijdens Koffiedik Kijken 2008, het nieuwjaarsevenement van IAA en Adformatie. Maar Gijrath is niet de enige die de val van DAG voorspelt. Op de schermen en in de kranten staat het vol van de berichten over de gratis krant. De verkoopcijfers vallen tegen, er worden miljoenen verloren en de redactie wordt steeds verder ingekrompen. Watskeburt?

Dit PD-essay zou zomaar mijn laatste kunnen zijn van mijn studententijd, en ik vond het daarom ook een uitstekende mogelijkheid om me eens te richten op de ondergang van DAG - iets waar ik, vooral in de laatste maanden, steeds vaker mee bezig ben. In mijn optiek is DAG namelijk de beste gratis krant van alle vier. Stijlvoller dan de schreeuwerige Spits, moderner dan de nogal saaie De Pers en frisser dan de middelmatige Metro.

DAG is een samenwerkingsverband tussen PCM en KPN, en is cross-platform. Dit betekent dat naast de papieren krant, die elke werkdag verschijnt, er ook een website bestaat en DAG zich daarnaast verspreidt via de mobiele telefoon. De krant werd in 8 mei 2007 gelanceerd als de vierde (en voorlopig jongste) gratis krant van Nederland. Sinds die dag heeft het dagblad meer dan 9 miljoen euro verlies gedraaid.

Aan het eind van 2007 kondigde DAG aan zich bij de Volkskrant te voegen. Hierdoor kon de DAG zich richten op een hoger opgeleid publiek door zijn identiteit wat meer op één lijn te brengen met die van de Volkskrant. Ook kon de redactie dan berichten overnemen van Volkskrant. Het werd verpakt als een weloverwogen, strategische zet, maar het was duidelijk een wanhopige maatregel om te overleven. Een typisch geval van een product dat zijn levenscyclus niet goed weet te volbrengen, en in complete paniek een andere koers op vaart (iets wat bij concepten als dit gelukkig makkelijk kan). Bert Groenewegen, hoge pief bij PCM, verkondigde vervolgens in januari 2008 dat één van de vier gratis kranten zal verdwijnen. Wel benadrukte hij dat DAG vooral blijft bestaan (iets wat hij tijdens Koffiedik Kijken nog eens herhaalde). Toch kan een grote mond van de topman de verloren miljoenen niet terug verdienen.

Maar waar wringt de schoen nu precies? DAG heeft tenslotte alle elementen om een daverend succes te zijn. De krant is ontworpen door ontwerpbureau Lava uit Amsterdam, door velen gezien als één van de toonaangevende grafische ontwerpbureaus. Dit is ook te zien; je hoeft geen grafisch ontwerper te zijn om te constateren dat DAG de best vormgegeven is van allemaal. Moderne uitstraling, herkenbaar logo, overzichtelijke pagina’s.

Bovendien is DAG een solide concept: het gebruik van het woord ‘DAG’ (in zowel de titel, als een hoop vaste rubrieken), de site, de huisstijl, de verspreiding bij Albert Heijn. Het zijn allemaal goede conceptmatige stappen die de DAG als een onvergetelijk sterk en integraal platform zouden moeten maken. Bovendien zou je er toch vanuit gaan dat KPN en PCM samen genoeg macht hebben om een dusdanig project tot het uiterste te drijven.

Het probleem bij DAG zit hem, ten eerste, in de timing. Ongeacht de verfrissende aanpak blijft het een ‘me-too’ product. Mensen zijn wezens van gewoonte, en ze hebben acht jaar de tijd gehad (sinds de lancering van Metro en Spits in 1999) om te wennen aan een bepaalde krant. Waarom zou iemand overstappen van de Metro naar DAG? Omdat de foto’s groter zijn? En de letters mooier? Lezers geven niks om grafische vormgeving (tenzij het de krant juist onoverzichtelijk maakt), laat staan dat ze het concept ‘waarderen’.

Maar het grootste probleem voor DAG is de positionering. DAG richt(te) zich op mbo-plus, jonge mensen tussen 18 en 35. Je hoeft geen expert te zijn in segmentatie om te raden dat dit niet de perfecte doelgroep is voor een gratis dagblad, en al helemaal niet voor DAG. De grote kracht achter DAG zit namelijk in het interactieve, cross-mediale element. Iedereen wordt uitgenodigd bij te dragen aan DAG, met je mobieltje, op internet. De jonge mbo-plussers lijken hier misschien de perfecte doelgroep voor - maar waarom zouden ze? Mobiel internet werkt toch voor geen meter, en filmpjes uploaden doen ze wel naar Geenstijl of Skoeps. Participeren klinkt misschien als een fantastisch idee, maar in de tijd waar alles ongeveer een social network is, komt het een beetje als mosterd na de maaltijd.

Maar er is nog iets mis met DAG, en dat is iets wat heel lastig te beschrijven is. In een vorig essay (‘Helden’) schetste ik een metafoor waar PD’ers de luchtverkeerleiding zijn van een helikopter die op een vrachtschip probeert te landen. Ergens in die operatie bij DAG gaat er iets fout. Een kapotte lamp, een onervaren piloot - ik weet het niet. De beste manier om dit aan te tonen is een concept wat door het bedrijf DAG Media opgericht werd. Zie.nl. Zie is een community-achtige TV-gids. Prachtige naam (goede URL, ook!), leuk concept, respectabele vormgeving. Maar ergens klopt er iets niet. Het lijkt alsof de bedenkers van DAG het niet voor elkaar krijgen om hun concept écht op twee poten te laten landen. Ook bij Zie.nl voelt het niet compleet.

Zou het misschien zo kunnen zijn dat zowel DAG als Zie.nl geen briljant originele concepten zijn? Als PCM en KPN namelijk iets kunnen samen is het dingen laten lijken op De Nieuwe Revolutie Die De Wereld Zal Veranderen. Het feit dat DAG de best vormgegeven en meest uitgedachte gratis dagblad is van de vier betekent nog niet dat het de beste is. Het feit dat Zie.nl mooi eruit ziet en goed werkt betekent nog niet dat het ook echt een goed idee is. En volgens mij is dat nu precies het probleem. Het concept DAG is fantastisch, maar het idee DAG is eigenlijk niet echt iets om over naar huis te bloggen. Het probleem van DAG lijkt te liggen is dat het eigenlijk een heel onorigineel idee is (het is tenslotte de vierde in lijn), maar met behulp van twintig miljoen euro en een briljant ontwerpbureau zó professioneel wordt neergezet dat het bijna overtuigt.

Wat we van DAG dus kunnen leren is dat de uitwerking nooit bepalend kan zijn voor success. Al is de huisstijl nog zo snel, de concurrent achterhaalt hem wel. Een goed, solide concept kan de slapheid van idee niet maskeren, zelfs niet met KPN achter de knoppen met dikke centen in haar zak. Ongeacht de kwaliteit van de luchtverkeersleiding op het vrachtschip - als de helikopter kapot is gaat het hele schip ten onder.

Zeg maar ‘DAG’ met je handje.

Bronnen:

http://www.reclameweek.nl/media-nieuws/pcm-topman-een-gratis-krant-zal-verdwijnen-(4874).html
http://blog.adformatie.nl/index.php/entries/koffiedik-kijken-2008-rita-wordt-premier-dag-verdwijnt-niet/
http://www.adformatie.nl/nieuws/ModuleItem52929.html

Feb 06
Permalink

Opdracht: Helden (Evaluatieopdracht)


Inspiratie is een gevoel over hoe je een bepaalde klus, met name een kunstwerk, moet aanpakken. Tenminste, dat is hoe meneer Van Dale het zou omschrijven. In de algemene definitie betekent inspiratie iets meer. Vaak wordt het gebruikt als term om de distillering van een soort van kosmische bron van ideeën en emotie aan te duiden. Klinkt nogal zweverig, maar inspiratie is ook best zweverig.
Het is dan ook de taak van de PD’er om dat kosmische gedoe om te zetten in harde knaken. Hoe begeleid je een idee van de lucht naar de grond? PD’ers lijken net luchtverkeersleiders, die op het dek staan van een vrachtschip, verwoed wapperend met lampen en borden om de landing van een helikopter in goede banen te leiden. Ze zijn verantwoordelijk van het goed landen van een idee, zorgen dat deze transformeert van een zweverige opmerking tot een solide concept.
Maar hoe leer je zoiets? Niet uit boeken. Tenminste, niet in mijn geval. In tegenstelling tot een aantal van mijn klasgenoten heb ik niet zo veel geleerd van lezen of zoeken. Dit wordt dan ook geen essay waarin ik een aantal websites of boeken opnoem die mij in weer en wind hebben gesteund. Ik was namelijk nooit een echte lezer. De meeste inspiratie, confrontatie, discussie en progressie heb ik dan ook geboekt door te praten met vrienden en klasgenoten. Om terug te blikken wil ik dan ook een greep doen uit de mensen om mij heen, en proberen aan te geven welk aspect van PD’er zijn zij mij in helpen. Hoe hebben zij mij geïnspireerd?
Deze groep mensen inspireert mij, en helpt mij te zijn wie ik ben als PD’er. Vaak gebeurt dit tijdens een terloops gesprek met een sigaretje voor de school, of een chatsessie op MSN. Ondanks de nogal inpromptu manier waarop de inspiratie zich voordoet, zijn deze mensen belangrijk. Hun mening heeft waarde. De vier mensen die ik in dit essay noem zijn slechts een greep, maar ze vertegenwoordigen (in mijn idee) het best de verschillende kanten die ik als PD’er heb.




Toen ik voor Saar begin vorig jaar een LinkedIn Recommendation schreef, noemde ik haar mijn ‘partner in concept-crime’. En dat blijft ongewijzigd. Sarah is iemand die over de laatste jaren een soort fort heeft gebouwd van kennis en enthousiasme (in plaats van dekens en lakens). Bovendien fungeert ze als een soort vending machine van feedback, en is ze overigens de enige full-time medewerker van “Japie Industries”. Gooi er een concept of idee in, en ze kan onmiddelijk de discussie aangaan. ‘Ja, maar wat nou als…?’ en ‘Oh, maar misschien…?’. Dit maakt het ontzettend handig om zelfs je wildste ideeën aan te toetsen. Sarah kan erg enthousiast zijn over je idee, maar zal zich nooit inhouden. Als het gewoon niet zo heel sterk is, zal ze dat dan ook gewoon tegen je zeggen.
Zo heeft Saar zich een beetje gevestigd als Hoofdredacteur van mijn concepten en ideeën. Ik zou met zekerheid kunnen stellen dat vrijwel elk van mijn concepten die het daglicht hebben gezien langs de keuring is geweest. Niet per sé omdat zij nu het Alziende Oog is op het gebied van marketing, maar Saar is iemand op wiens oordeel ik blindelings vertrouw. Saar heeft de unieke gave om, wanneer ik razend enthousiast ben over iets, me weer even terug te trekken naar aarde of - als zij net zo enthousiast is, me nog verder de kosmos in te duwen.




Is het hip? Is het koel? Is het nieuw? Dan is het Roel! (Dat rijmt, en dat is geen toeval.) Net afgestudeerd als kersverse PD-prodigy en eervol lid van ons uiterst exclusieve vriendengroepje. Roel is als Getty Images voor nieuwe dingen. Hij is namelijk wel iemand die kijkt, die leest, die zoekt, die speurt. Daarnaast is hij iemand die veel kennis heeft van dingen, en vervelend goed is in het ‘kennen’ van mensen en het opbouwen van een netwerk. Roel heeft geen contract bij Japie Industries, maar werkt meer als freelancer. Zo ééntje die terloops en plotsklaps vraagt om iets, en vervolgens met verfrissende (en vaak fantastische) dingen komt.
Een freelancer die niet vastgeroest zit in het reilen en zeilen van het bedrijf, maar juist de dingen die hij ziet in de ‘echte wereld’ tot uiting brengt in wat hij doet. Inspirator, bar none. Eentje die originaliteit weet te waarderen, en je dan ook motiveert (misschien niet eens bedoeld) om daarnaar te streven.




Nu we de rare (en uiterst pretentieuze) metafoor van Japie Industries toch gevestigd hebben, kan ik Mark het best omschrijven als de Strategic Director. Mark is iemand die minder opereert als een lopende band van ideeën, maar meer als een kijker en trachten-tot-begrijp-er. Hij leest en speurt en zoekt, maar in tegenstelling tot iemand als Roel, zet Mark het niet direct om in iets concreets. Mark trekt zich liever even terug in zijn kantoor, achter z’n iMac om het in context te plaatsen.
Mark is daarom ook de ‘denker’, één die bezig is met het ‘hoe’ en ‘waarom’, probeert verder te denken en dieper te graven. Wanneer je met Mark praat over je concept (of die van hem) gaat het niet over ‘Goh, wat levert het op’ of ‘Maar hoe ga je dat vormgeven?’. Het gaat over essentie van je idee, hoe het aanslaat bij de markt, hoe het past binnen de beweging van de markt, en die van de concurrenten.
Wanneer Mark al dat gissen en denken voltooit kan hij het vervolgens (steeds beter) omvormen tot een concreet ding - eentje waar alle kanten kloppen. Geen losse eindjes of kartelige randjes bij Mark. Als het niet lukt, dan is het niks. Maar als hij het in z’n hoofd heeft, is het nagenoeg perfect.




Als er één iemand een helikopter veilig naar de grond leidt, dan is het Albert-Jan. Ongetwijfeld de beste teamleider die we in onze klas hebben. Een project met Appie doen betekent structuur, rust, planning en motivatie.
Ik heb het verleden namelijk gemerkt dat ik als teamleider verrassend teleurstel. Ik transformeer al snel in een soort manische perfectionist, die alles liever zelf doet (en dat vervolgens ook vaak nog presteert) dan iets uit handen te geven.
Appie doet dat niet. Appie luistert, staat open voor je ideeën en probeert een gulden middenweg te vinden. Maar zijn grootste kracht is motivatie. Appie heeft een ongelooflijke discipline maar, nog belangrijker, weet ook hoe hij deze moet overdragen naar anderen. Als je iets goed hebt gedaan, motiveert hij je om het nog beter te doen. Als je iets niet goed doet, helpt hij je te begrijpen waarom - en draagt hij oplossingen en mogelijkheden aan.
Dit is iets wat ik erg bewonder in Albert-Jan. Mijn grootste negatieve eigenschap als PD’er is namelijk mijn eigenwijsheid, en de neiging niemand te vertrouwen. En toch, als ik een project doe met Appie wil ik niets liever dan hij tevreden is en werk ik me half dood om dat voor elkaar te krijgen. Geen idee hoe hij dat voor elkaar krijgt, maar het is bewonderingswaardig…!

Feb 04
Permalink

Weekly Post: De PD Brainwash

                
Be Careful (Samsung) from japieee on Vimeo.

Misschien een tikkeltje raar om je eigen werk te promoten op je eigen blog, maar wilde het toch niet onthouden. Ik kan met zekerheid zeggen dat dit de leukste herkansingsopdracht was die ik moest doen: een commercial verzinnen en óók nog eens uitvoeren voor een mobiele telefoonmerk. Ik koos voor Samsung. Opvallend dat ik het niet kon laten een origineel concept te verzinnen en het achterste van mijn tong te laten zien wat betreft het idee. Ik noem het maar de ‘PD Brainwash’ :) — Wat zijn reclames verzinnen leuk, overigens. (Een betere versie vind je hier in .mov formaat).

Feb 01
Permalink

Weekly Post: SP gelooft niet in nuance

 

Fantastische, misschien zelfs briljante, reclame van de SP. Vrij van elke vorm van subtiliteit, censuur of nuance en laat je met een uiterst onbehaaglijk gevoel zitten. Precies de boodschap. Heel, heel goed.

Jan 28
Permalink

Weekly Post: Twitter maar een eind weg

Laatst deed ik voor Tam Tam een creatieve sessie bij een nogal grote klant (van wie ik de naam maar even niet zal noemen). Deze klant vond het beslist nodig dat we iets hips deden, zoals bijvoorbeeld met Twitter. Gelukkig konden we jasjes en dasjes snel ompraten naar een andere richting, want Twitter is uitgeroepen tot flop van het jaar. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het geen echte verrassing vindt. Ik presenteer aan de jury bewijsmateriaal S dat een ‘trend’ anno 2008 eigenlijk gewoon een ‘hype’ is. Wat is er ooit gebeurd met de ‘trend’ Second Life?

(via Molblog)

Jan 19
Permalink

Weekly Post: Scheiden voor Dummies

Grenzen zijn zó 2007. In de tweede maand van 2008 (9 februari) wordt namelijk de Scheidingsbeurs georganiseerd. Alles wat je ooit wilde weten over echtscheiding op één gemakkelijke plek. Het gaat me niet eens om het onderwerp, maar om de uiterst smaak- en tactloze manier waarop het gepositioneerd en gepromote wordt. Laten we hopen dat de anti-Wilders demonstranten hun peilen voor één dagje ergens anders op kunnen richten… » Alles Over Scheiding

Dec 14
Permalink

Weekly Post: The Guardian

Everyone Needs A Volume Control

De Britse krant The Guardian was altijd al één van de best vormgegeven kranten in de wereld, maar nu doet de krant er nog een schepje bovenop. Een prachtige, kleurrijke print campagne gemaakt door Wieden + Kennedy maakt het allemaal beter. Maar niet alleen het design is klasse, de communicatie in de campagne is elegant doch doeltreffend. Go go Guardian. (Meer op Ads of the World)

Dec 12
Permalink
Weekly Post: De afbeelding hierboven lijkt op een rare schim - maar als je goed kijkt zie je dat het screenshots zijn van een film. De film in kwestie is Road to Perdition (Sam Mendes, 2002) en is één van de acht films die zijn uit elkaar zijn getrokken als onderdeel van het Cinema Redux kunstproject. Ik vind het klasse. Het blijkt dat het digitale tijdperk niet alleen zorgt voor afstandelijkheid en massamedia, maar ook ruimte biedt voor visionairen en hun interessante, originele ideeën.
Weekly Post: De afbeelding hierboven lijkt op een rare schim - maar als je goed kijkt zie je dat het screenshots zijn van een film. De film in kwestie is Road to Perdition (Sam Mendes, 2002) en is één van de acht films die zijn uit elkaar zijn getrokken als onderdeel van het Cinema Redux kunstproject. Ik vind het klasse. Het blijkt dat het digitale tijdperk niet alleen zorgt voor afstandelijkheid en massamedia, maar ook ruimte biedt voor visionairen en hun interessante, originele ideeën.